Home arrow Fragmenten arrow Fragment - Het mysterie van de smokkelaar
Saturday, 21 April 2018
 
Main Menu
Home
De Auteur
Boeken
Fragmenten
Lezingen
Contact
Fragment - Het mysterie van de smokkelaar PDF Print E-mail


'De stenen zijn spekglad', zei Sel.

De veerdam lag er vuil bij. Dat was normaal na een rustdag. Maar nu was het al middag en nog was er niet geschrobd. Gisteren, een sombere, miezerige zondag, waren er geen sinjoren opgedaagd. Vandaag straalde de zon.

De veerboot naderde. De 'Sint-Annekesboot' - zo werd hij genoemd - zag er vrolijk uit. Zijn donkere tint werd opgefleurd door de kleurige vlekken van hoeden en parasols.

'Er valt wat te verdienen', zei Sel, 'de rijke dames gaan op stap'.

'Aan reizigers verdien je meer,' gromde Mon, 'die hebben heel wat bagage bij zich.' De boot meerde aan. De raderen draaiden op volle kracht achteruit zodat het water schuimde als in een wastobbe. De trossen werden over de meerpalen gegooid en de loopbrug uitgerold. De 'porteurs' kwamen in actie. Ze gingen aan boord om zware pakken aan wal te brengen.

Voor beide jongens bleven de kruimels over: hier en daar een passagier die zijn bagage liet dragen. Mon zag zijn kans. Een ronde dame hield zich met de ene hand vast aan de reling en met de andere omklemde ze haar breedgerande hoed tegen de speelse Scheldewind. Haar bagage stond te wachten op de bank. Mon bood zijn diensten aan. Hij nam de tas op en leidde de dame galant de loopbrug af.

Ook Sel had nu een klant gevonden. Een slanke dame hield een meisje bij de hand. Met haar andere hand omklemde ze een tasje. Net toen hij op haar wou toestappen, dook een ander meisje op uit het schip. Ze nam het jongere kind van de dame over.

Verdomd, dat was een misrekening!

Sarre, een scheepsjongen die hielp bij het aanmeren van het schip, had het opgemerkt en stond hem uit te lachen. 'Die is je ontglipt, porteurke!' Ontgoocheld keek Sel toe hoe de dame en haar dochters de veerboot verlieten.

Plots hoorde hij een gil. De dame was uitgegleden en op haar bips neergeploft in het slib van de veerdam. Er werd gelachen. In geen tellen was Sel bij haar en hielp haar overeind. Op haar prachtige, witte jurk zaten twee zwarte vlekken, omkranst met talloze spatten. 'Mon dieu, mon dieu,' jammerde de dame. En wanhopig tegen haar oudste dochter: ' 't is allemaal jouw schuld!' Je gaf me geen steun.

Het meisje wees verontschuldigend naar haar zusje, die haar aandacht had gevraagd. Dit leek Sel het geschikte moment. Hij bood aan om het jongste meisje de trap op te helpen, zodat de oudste zich met haar moeder kon bezighouden.

Toen ze boven waren, vroeg hij: 'zal ik een emmer water voor u halen?'

De dame keek hem een ogenblik verbaasd aan en zei toen: 'Hier, in het zicht van iedereen? Wat denk je wel!' En tot haar oudste dochter: 'Kom, we gaan naar het kursaal. Daar zien we wel.' Ze gunde Sel geen blik meer.

Vanop het schip stond Sarre nog steeds te grijnzen. Hij vond het hele tafereel reuze amusant.

Verbeten staarde Sel de dame na. Het oudste meisje keek nog eens om en glimlachte vriendelijk.



 
< Prev
© 2018 hedwigvandevelde.be
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.